Berlijn juli 2013

Berlijn van

18 tot 22 juli 2013

In juli 2013 trok de Van Eyckdelegatie vanuit het nabije Geilenkirchen met de trein naar Berlijn. Reisdoel was de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen zu Berlin, een onderdeel van het nieuwe Kulturforum, vlakbij de Potsdamer Platz. Met een tentoonstellingsoppervlakte van meer dan 7 000m², 72 zalen en kabinetten is dit een juweel voor cultuurliefhebbers. Na Dresden, Frankfurt en Rotterdam was dit onze vierde Van Eycktrip. We hadden een afspraak met curator Dr. Stephan Kemperdick, specialist in flämische Malerei uit de 15de en 16de eeuw. De Gemäldegalerie is de trotse bezitter van enkele mooie Van Eyckwerken. De portretten van Baudouin de Lannoy, Giovanni Arnolfini, De man met de anjers en de Madonna in de kathedraal. Dr. Stephan Kemperdick beperkte zijn rondleiding tot dit laatste schilderij uit ca 1438, het pareltje van de Vlaamse primitieven in Berlijn: in verhouding tot de binnenruimte van de kathedraal is Maria reusachtig groot weergegeven. Jan van Eyck toont ons niet zozeer “Madonna in de kerk”, maar eerder de gelijkenis van “Maria als kerk”, plastisch in beeld.

Het schilderij (olieverf op een houten paneel) is eerder klein: 31 x 14 cm. Het paneel steekt vol symboliek: de curator vertelde ons anderhalf uur lang over de als vormgevingsmiddel gebruikte lichtinval, het Madonnakleed en haar kroon, de nieuwe gotische architectuur van de kerk, het altaarschrijn met de zingende engelen, het triomfkruis dat hier op de offerdood van Christus wijst.

Dit alles is zo harmonieus geschilderd, dat we hier kunnen spreken van Van Eyck op zijn best. De Madonna in de kerk is waarschijnlijk het linkerdeel van een tweeluik, waarvan de rechtervleugel verloren is gegaan.

De geschiedenis van het schilderijtje is even bewogen als mysterieus. In geschrift duikt het een eerste keer op, meer dan 500 jaar na haar schepping, in 1851 in een dorp in de buurt van Nantes. Een zekere Monsieur Laborde, beschrijft het paneel met vermelding van de afmetingen, in een kunstverzamelinglijst. Het is eigendom van architect Nau, die het voor 50 frank zou gekocht hebben van een Italiaanse diplomaat. Enkele jaren later duikt het paneel op in Aken.

De bekende verzamelaar Suermondt uit Aken heeft het rond 1869 in zijn verzameling opgenomen en zelfs in 1874 samen met zijn gehele collectie in Brussel tentoongesteld. Op 12 mei 1874 koopt Berlijn deze Madonna in de kerk, samen met 219 andere schilderijen van Suermondt.

Het paneel krijgt een mooie plaats in het museum in Berlijn, maar wordt op 14 maart 1877 gestolen. Deze diefstal wekte zoveel ophef als later de roof van de Rechtvaardige Rechters uit de Sint-Baafs te Gent (1934). Er werd in de Berlijnse en ook buitenlandse pers zoveel ruchtbaarheid aan gegeven, dat iemand het schilderij op 26 maart terug bracht naar het museum. De man beweerde het paneel in een etablissement van minder allooi, van een onbekende te hebben gekocht voor 17 Silbergroschen. Dusdanig geschrokken van de krantenkoppen in de Berliner Zeitung gaf hij het schilderij terug uit angst om niet in de gevangenis te belanden voor kunstdiefstal. Het paneel was onbeschadigd, maar de authentieke lijst was verloren gegaan. Men is nog in de vuilbakken van de uitgaanswijk in Berlijn op zoek gegaan, maar het blijft tot op de dag van vandaag onvindbaar. Laborde had echter niet enkel het schilderij beschreven, maar ook de kaderlijst met de Latijnse tekst: “FLOS FLORIOLORUM APPELARIS” (Gij wordt de bloem onder de bloemen genoemd) op de onderkant van het kader en op de zijkant de tekst: “MATER HEC EST FILIA - PATER HEC EST NATUS - QUIS AUDIVIT TALIA - DEUS HOMO NATUS ETCET” (Deze moeder is dochter - deze vader is geboren - wie heeft hiervan vernomen - God is als mens geboren etc.).